Posts

Tralalaa

Con Todo El Mundo, dat album van Khruangbin heeft me door de eerste coronamaanden gesleept. Ook nu speel ik dat album nog regelmatig af, het geeft me rust. Muziek, ik zou niet zonder kunnen. The National, Balthazar, White Ladder van David Gray. Dagelijks struin ik Spotify af naar albums die me raken. De mooiste nummers voeg ik toe aan mijn playlist Tralalaa, met inmiddels ruim zevenentwintig uur muziek.

Ik weet ‘t nog niet

Drie mannen van rond de zestig – Leroy, Dylan en Chris - stelen 4miljoen cash van een drugskartel. Leroy en Dylan zijn samen opgegroeid in Crooswijk, Rotterdam. Ze zouden broers kunnen zijn. Ze lijken sprekend op elkaar, nog steeds. Leroy heeft een koeriersbedrijf en Dylan werkt als zelfstandig timmerman. Chris is zeezeiler en woont in Oostende, België. Hij moest jaren geleden een zeiljacht afleveren in Rotterdam en ’s avonds in café de Schans heeft hij Leroy ontmoet. Daar is een vriendschap uit ontstaan en Leroy is sindsdien regelmatig naar Oostende geweest, om tochten te maken met de zeilboot van Chris. De drie mannen leven richting pensioen als Leroy wordt gevraagd, iedere week drie kartonnen dozen af te leveren bij een boerderij in de omgeving van Gouda. Leroy voelt dat het zaakje ‘stinkt’, maar het betaalt goed, te goed. Dan, na een paar weken, laat Leroy ‘per ongeluk’ een doos uit zijn handen vallen en hij krijgt zicht op de inhoud. Wat hij ziet is geld, heel veel geld. De dagen ...

Frisse adem

Geen gaatjes én een gratis tube tandpasta. Ik kon kiezen uit drie. Welke is de beste, vroeg ik. Zijn reactie was: ‘Ik kan nu een heel mooi verhaal afsteken, maar eigenlijk kan je je tanden ook met alleen water poetsen. Tandpasta is vooral voor de frisse adem.’ Dat is mijn tandarts, man naar mijn hart.

Een goed voornemen

Wat we heel goed kunnen is samen het leven vieren. Dat wil ik graag nog heel lang met je doen! Dit berichtje stuurde ik afgelopen maandagmiddag via Whatsapp naar Esther én het was het begin van een goed voornemen.

Wat zal ik eens…

‘De buurjongen uit Al-Bab’ ligt bij tien uitgevers en mijn driewieler ligfiets met trapondersteuning komt op z’n vroegst derde week april. Afwachten dus. Wat zal ik eens... De aanschaf van een refurbished iPad bracht uitkomst. Door het verlichte scherm en de mogelijkheid om lettergrootte en regelafstand aan te passen kan ik weer lezen! En via de bibliotheek heb ik toegang tot een gigantisch aantal E-books. ‘Stad van de Honden’, van Leon de Winter heb ik inmiddels uit. Nu ben ik halverwege ‘Niemand in de stad’ van Philip Huff.

Voor alles is een oplossing

Zomer 1994 ben ik als een blok gevallen voor internet, liefde op het eerste gezicht. Het heeft mijn leven veranderd, weg van de gebaande paden. Pionieren, zelf keuzes maken, een ander doet ’t niet. Daardoor heb ik mezelf ontdekt, gevoelsmatig alles uit mijn leven gehaald. Dat is zeker niet vanzelf gegaan, maar het is wel een geweldig avontuur geweest. En vooruit! Sinds zomer 1994 is dat altijd mijn levensmotto geweest. Misschien is het daarom dat ik mijn leven redelijk goed weet aan te passen aan mijn hersenziekte en alles wat daarbij hoort. Ik probeer me ook geen zorgen te maken over de toekomst, want voor alles is een oplossing en uiteindelijk - dat moment is echt nog heel ver weg - is het klaar, trek ik de stekker eruit.

Ik zie ‘m gewoon voor me

‘Jezus, pap.’ Met die woorden komt Kika mijn kamer binnen. Ik schrik, wat zou er zijn? Dan zie ik de lach op haar gezicht. ‘Ik ben al bij bladzijde 100, wat spannend, ik bleef lezen.’ Meteen dringt het tot me door, ze heeft het over mijn boek. We praten. Ook over Petros, die ouwe Griek. ‘Ik zie ‘m gewoon voor me, geweldig pap.’ Mijn hart maakt een sprongetje, want wat Kika niet weet is dat ik De buurjongen uit Al-Bab met haar in mijn achterhoofd heb geschreven. Dyslectisch en begin twintig, een lastige doelgroep. Probeer die maar aan ’t lezen te krijgen... Maar hé, het is me gelukt :-)

Op zoek naar een uitgever

Vijf over negen, ik lig nog in bed. Dat was een paar jaar geleden ondenkbaar. Nu draai ik me nog een keer om, er is weinig om voor op te staan. Mijn boek is klaar, dat zorgt voor een gat in mijn dagbesteding. Het idee voor een volgend boek zit in mijn hoofd en de eerste pagina’s staan in de steigers, maar ‘iets’ houdt me tegen om verder te gaan. In plaats daarvan sta ik rond half tien op, doe mijn oefeningen, mediteer op mijn manier en maak een ontbijtje. Na een kopje koffie klim ik via de trap naar boven om mijn baard te trimmen en te douchen. Terug beneden ben ik moe, staan en lopen kost steeds meer energie. Niet echt om vrolijk van te worden… Dan, zonder aanwijsbare reden, keert mijn stemming om. Natuurlijk ga ik op zoek naar een uitgever voor mijn boek! En als dat niet lukt, ga ik het zelf doen. Shit Happens, en vooruit.

Alles en iedereen

Boos, het is echt jaren geleden dat ik die emotie heb gevoeld. Tot vanochtend, in bed. Ineens drong het tot me door; ik ben boos, op alles en iedereen. Nu, twee dagen later, is het gelukkig weer weg.

Delen mag, graag zelfs

Leuk. Esther heeft meer gedaan dan De buurjongen uit Al-Bab controleren op taal- en spelfouten. Ze heeft ook inhoudelijke opmerkingen in de kantlijn geplaatst. Bedankt lieverd, het verhaal is er beter van geworden. Inmiddels heb ik het manuscript als pdf naar meerdere mensen verstuurd, inclusief voorwoord en deze boodschap: Delen mag, graag zelfs. Ik laat het manuscript zijn weg vinden en wellicht dat het zo een uitgever bereikt. Ik ben inmiddels begonnen aan een volgend verhaal, met hetzelfde nieuwsbericht als vertrekpunt: ‘Koerier laat ronkende bus vol pakketjes achter op Schiphol en pakt vliegtuig.’ Ik ben nu al heel benieuwd waar dat verhaal me brengt. In ieder geval in gesprek met fiscalist Wouter Koeman. Met hem ga ik praten over het wiswassen van 4 miljoen drugsgeld...

Niet mijn levenswijze

‘Sterkte in de strijd.’ Die lieve boodschap stond in een appje dat ik vanochtend kreeg van tante Cock. Leuk mens en expert op het gebied van alternatieve geneeskunde. Een paar dagen geleden kreeg ik van haar een folder van De Hoek, holistische behandeling voor dier en mens. Een goedbedoeld advies en ik heb Eric, de holistisch arts, gesproken. ‘In het meest gunstige geval kunnen we de symptomen van SCA6 vertragen of stoppen’, was zijn boodschap. ‘Maar je bent op leeftijd, dus ik kan niets beloven.’ Wat zal ik... Na een uurtje Googelen neem ik een beslissing: Ik ga er niets mee doen. Niet omdat ik niet in holisme geloof, maar het wordt niet mijn levenswijze. Het is goed zo, ik ga geen strijd leveren tégen SCA6. Ik ga er zo goed mogelijk mee om en probeer het te accepteren, dat kost al energie genoeg.

Loodzwaar, niet te tillen

‘Buurman, buurman, kunt u even helpen tillen?’ Zonder erover na te denken geef ik het antwoord wat ik een paar jaar geleden ook zou hebben gegeven: Ja, natuurlijk, ik zet even mijn boodschappentas binnen. Het tilklusje blijkt een piano te zijn. Een verrassing voor zijn zoontje, maar nu staat de piano nog achterin het bestelbusje van de buurman van twee huizen verder. Van een eerdere ervaring ken ik het gewicht van een piano. Loodzwaar, niet te tillen. Maar wie A zegt moet ook B zeggen, ik laat me niet kennen. Vraag me niet hoe, maar met veel gestuntel, gesleur en getrek weten we de piano in de huiskamer te krijgen. Klusje geklaard. Toch acht ik de kans klein dat buurman mij nog een keer voor zoiets vraagt. Van mijn tilcapaciteit had hij waarschijnlijk meer verwacht en onderweg heb ik zelfs nog even achterover struikelend op straat gelegen. Als ik naar huis loop voel ik dat deze burenhulp niet handig is geweest en nu, de volgende dag, protesteert mijn hele lijf. Maar hé, ik heb ’t wel g...

Taal- en spelfouten

Wat zal ik eens... Naar de Appie ben ik al geweest, lezen heb ik geprobeerd en nu zit ik toch weer achter mijn laptop te schrijven. Niet erg, want dat doe ik ‘t liefst. Dat is ook de reden waarom ik SCA6 niet altijd als een last voel, het geeft me alle tijd om te schrijven. Maar waarover... De buurjongen uit Al-Bab ligt bij Esther voor een laatste controle op taal- en spelfouten. Daarna stuur ik het manuscript naar een aantal meelezers. Spannend, hoe wordt mijn kindje beoordeeld. Het enige wat ik kan doen is afwachten en daardoor slaat de twijfel toe, is mijn roman over Youssef, Fatima en Abdul goed genoeg om meelezers, en misschien zelfs een uitgever, enthousiast te krijgen...

Niet kutten hè

‘Pap, heb jij nog iets nodig van de Appie?’ Sinds ongeveer een jaar wonen dochter Kika en vriend Luuk bij mij op de bovenverdieping. Zij zochten woonruimte en ik vind het fijn om ze in huis te hebben. We delen badkamer en keuken, ik hoor ze lachen, lopen, en giechelend achter elkaar aan zitten en we koken omstebeurt. Mantelzorg? Nee, dat is het niet. Ze brengen leven in huis, veel beter dan alleen wonen. Ook Luuk voelt zich helemaal op z’n gemak. Een lachend ‘niet kutten hè’ was vanochtend zijn reactie, toen ik een nat vaatdoekje tegen zijn neus wilde duwen. Dat zeg je toch niet tegen je misschien wel aanstaande schoonvader :-)

Vragende ogen

Ik bestelde Spa Rood, maar het meisje verstond Cola Zero. Dat zette de toon voor een lunch bij Locael Bloemendaal met Marcel, Herman en Jaap. Na alles wat ik zei, zag ik drie paar vragende ogen op me gericht. Duidelijk praten kost energie en steeds vaker lukt het niet, zoals gisteren in een vol restaurant. Een paar dagen later had ik een soortgelijke ervaring. ‘You want to talk to Eric?’ Vroeg de telefoniste, nadat ik - in mijn beleving in goed Nederlands - mijn verhaal had gedaan. Yes, was mijn reactie. Leven met SCA6 is een kwestie van aanpassen, steeds weer.

Kletsen én roddelen

‘Vrijdag half tien koffie bij jou?’ Mijn wereld wordt steeds kleiner, maar gelukkig heb ik mensen in mijn omgeving die me regelmatig opzoeken. Jaap is een van hen én de meest trouwe. Onze vriendschap begon dertig jaar geleden. Eerst zakelijk en al snel werd het meer. Weekendje Groningen, een week Italië en heel veel kopjes koffie bij Dodici in de Smedestraat. Nu, sinds een paar maanden, drinken we koffie bij mij thuis. Lekker kletsen én roddelen over mensen die we allebei kennen. Een uurtje, niet langer, dan raakt mijn accu leeg. Het onderwerp SCA6, en hoe het daarmee gaat, komt eigenlijk zelden aan bod. Wel zo fijn, want dat wordt er niet beter op, dat ziet Jaap ook.

Bolle rug en vettige haren

Vannacht heb ik gedroomd over drie muizen, bijna zo groot als ratten. Ze liepen - met bolle rug en vettige haren - lachend door mijn kamer. Naar de oorzaak van die droom hoefde ik niet lang te zoeken, er woont namelijk een muizenfamilie tussen de spouwmuur. Eén muis heb ik eerder deze week gevonden, hij of zij was een natuurlijke dood gestorven. Maar ze zijn met meer, ik hoor ze ritselen en graven door het isolatiemateriaal. Om gek van te worden, of over te dromen.

Grote slagroomtaart

‘Zaterdag 30 december vier ik mijn verjaardag van 10 tot 12 ’s ochtends bij strandpaviljoen San Blas in Bloemendaal aan Zee. Leuk als je komt!’ Na lang aarzelen heb ik deze uitnodiging ruim voor de kerstdagen naar familie en vrienden gestuurd. En leuk, op de betreffende zaterdagochtend was het gezellig druk. Esther had zelfs een grote slagroomtaart - met foto van mijn gezicht - geregeld. Waarom de aarzeling om mijn verjaardag te vieren? Omdat drukte, meerdere mensen in één ruimte bij elkaar, steeds meer moeite kost. Kerstavond bijvoorbeeld, was ik op een feestje met Esther en haar familie. De avond zelf ging redelijk goed, maar de volgende dag zat ik er stevig doorheen. Te lang gestaan en te veel herrie aan m’n hoofd. Mijn hersenen waren flink overprikkeld. Hoe dat voelt, is lastig te omschrijven en nog lastiger te accepteren. M’n wereld wordt steeds kleiner. Fietsen durf ik niet meer, verder dan een kilometer lopen gaat niet meer en praten kost steeds meer energie. Schrijven, dat gaat...

Zelfmedelijden

De afgelopen dagen heb ik in een flink dalletje gezeten, vooral op momenten dat ik alleen was. Zelfmedelijden, ik vond er even geen reet meer aan. Tot vanochtend. Geen idee wat mijn humeur heeft omgedraaid, maar ineens was ik er weer. Ik zie weer toekomst waar ik dat even kwijt was. Dat gevoel zit vooral tussen mijn oren, aan mijn situatie is niets verbeterd, het is eerder weer een stukje achteruitgegaan. Het gaat vooral om accepteren. Amor Fati, omhels je lot, maar dat is niet altijd makkelijk. Het accepteren wordt vooral verstoord door dingen die niet meer (vanzelf) gaan. In m’n boxershort stappen, opstaan na mijn buikspieroefeningen, te lang op mijn benen staan, luisteren, een boek lezen, fietsen, opstaan van de bank en zo kan ik nog wel even doorgaan. Dat doe ik niet, anders verdwijn ik in een volgende dip. Shit Happens, en vooruit.

Andere regels

Een boek lezen gaat niet zo lekker meer. De juiste regel op een bladzijde kan ik alleen nog lezen door me heel geconcentreerd te focussen. Doe ik dat niet dan verdwijnt de regel tussen de andere regels, lopen ze in elkaar over. Schrijven gaat gelukkig nog wel, dat komt waarschijnlijk doordat de regel die ik schrijf altijd de laatste is op een bladzijde.

Is het dan wel verstandig?

Nee, die roadtrip door Turkije naar Gaziantep ga ik niet maken. Te veel prikkels en te veel onzekerheden, daar kunnen mijn kleine hersenen niet meer tegen. Het zorgt voor duizeligheid, een vreemde druk in mijn hoofd en piepende oren. Ook praten en lopen gaat steeds moeizamer. Die roadtrip maak ik daarom toch maar online en bewegen doe ik op m’n crosstrainer. Of - zoals eerder deze week - fietsen naar Middenduin en daar een stukje wandelen. Op mijn zelf bedachte keerpunt, op minder dan een kilometer, heb ik een stief kwartiertje heerlijk in het zonnetje gezeten. Op een bankje, met uitzicht op de vallei en moed verzamelend voor de terugweg. Tweeënzestig jaar jong en ik doe de dingen die ik als ouwe man dacht te doen. Door SCA6 word ik razendsnel ouder en mijn wereld sluipenderwijs kleiner. Gisteren stelde vriendin Esther de vraag waar ik zelf ook al een paar dagen mee rondloop: ‘Is het dan wel verstandig om aanstaande zaterdag mee te gaan naar dat feest? Er komen ruim honderd mensen...’ ...

Tipje van de sluier

Ieder nadeel heb ze voordeel, Johan Cruijff had gelijk. Mijn wereld wordt kleiner, ik ben steeds meer op mezelf aangewezen. Waardeloos, maar zonder hersenziekte was ik waarschijnlijk nooit fictie gaan schrijven. Nu beheerst het mijn leven. Vandaag heb ik Fatima en kleine Youssef naar Lina geschreven. Fatima is met de hulp van Yunis en Ahmad gevlucht uit Baghouz. Na een nacht en een dag lopen ziet Fatima het huisje van Lina. Daar is ze nu. Maar wie is Lina? Dat personage heb ik gisteren bedacht en vanochtend in bed verder ingekleurd. Tipje van de sluier: Lina heeft één oog. Hoe ze haar andere oog is kwijtgeraakt, vertel ik in mijn roman, De buurjongen uit Al-Bab. Inmiddels heb ik ruim 25.000 woorden van het verhaal geschreven. Op naar de 40.000 woorden, of meer. Leuk! Badr, de broer van Lina, komt straks om de amandeloogst op te halen.

Amerikaanse toeristen

‘Oh, maar dan kunnen we niet meer naast elkaar fietsen.’ Dat was de teleurgestelde reactie van vriendin Esther toen ik haar gisteravond een afbeelding liet zien van een driewieler ligfiets met trapondersteuning. Begrijpelijk, ik dacht er eerder hetzelfde over. Nu niet meer, want deze week ben ik bij ’t Mannetje geweest, een in revalidatiefietsen gespecialiseerde winkel in Haarlem. Ik was het al een tijdje van plan en ergotherapeute Heleen heeft me het laatste zetje gegeven. Een bakfiets, met twee wielen voor en één achter, dat moest het worden. Lekker stabiel, dacht ik. Niet dus, een kort proefritje maakte dat direct duidelijk. Bij iedere hobbel of bocht had ik het gevoel dat ik met bakfiets en al om zou vallen en waar ik aan het eind van mijn proefritje linksaf moest, werd de weg versperd door een groep Amerikaanse toeristen op gehuurde fietsen. Wat volgde was gestuntel aan beide kanten. Geen bakfiets dus. Het door de verkoper voorgestelde alternatief - een driewieler ligfiets met tra...

Nieuwsgierige optimist

Langzaam maar zeker raak ik de regie over mijn leven kwijt, steeds vaker ben ik afhankelijk van wat anderen voor mij (willen) doen. Moeilijk te accepteren en een worsteling. Vanochtend heb ik dat besproken met ergotherapeute Heleen, een fijn gesprek. Haar advies: ‘Niet te ver vooruitkijken, leven in het nu en probeer de hulp van anderen te accepteren, ze doen het met liefde.’ Mooi en Heleen heeft gelijk. Ik moet hulp accepteren, maar zonder mezelf te verliezen. Dat laatste hebben we er samen aan toegevoegd. Want ik wil geen patiënt zijn, nu nog niet. Dat is tegelijkertijd ook een opdracht. Ik moet ervoor zorgen dat mensen mij blijven zien als Jan Glas. Schrijver, levensgenieter en nieuwsgierige optimist. Iemand die zijn eigen koers bepaalt, ook als het tegenzit.

Een geweldig avontuur

Ogenschijnlijk Zorgeloos, ruim vier jaar geleden heb ik samen met Jaap, Herman en Marcel een documentaire met die titel gemaakt. In een villa in Italië hebben we teruggekeken op ons leven én onze plannen voor de toekomst gedeeld. Dat werd door een regisseur en cameraman vastgelegd. Het budget voor het maken van de documentaire Ogenschijnlijk Zorgeloos hebben we via crowdfunding verzameld en de première was in de Philharmonie. Daarnaast is de documentaire op TV Noord-Holland vertoond. Het maken van Ogenschijnlijk Zorgeloos was van begin tot eind een geweldig avontuur. Mijn plannen voor de toekomst zijn anders gelopen, maar Jaap, Herman en Marcel reken ik sinds die tijd tot mijn beste vrienden. Vanochtend hebben we samen koffiegedronken. Gezellig, maar het voelde niet meer hetzelfde. Wat was is niet meer, ik voelde me de zwakste schakel. Terug thuis was ik strontchagrijnig en dat gevoel is de rest van de dag gebleven. Mijn leven is veranderd en verandert steeds meer. Op momenten zoals de...

Toch blijft het kriebelen

Van Istanbul naar Gaziantep, de route volgen die Nick voor mij uitgestippeld heeft; het liefst zou ik die reis zelf maken, met de auto en onderweg overnachten in een pansiyon, vergelijkbaar met een bed & breakfast. Echt voelen wat Jim en Youssef onderweg tegenkomen én welke mensen zij ontmoeten. Want dat is waar ik in De Buurjongen uit Al-Bab over schrijf; over mensen, wat zij doen en waarom. In hun hoofd kruipen, vragen stellen, ook over geloof en hoe zij dat beleven. Daarom zou ik die reis van Istanbul naar Gaziantep graag zelf maken. Het budget kan ik waarschijnlijk wel bij elkaar sprokkelen en de vliegreis durf ik ook wel aan. Maar dan... Ik ben juni 2023 gestopt met werken omdat onderweg zijn en interviewen niet meer gaat. Toch blijft het kriebelen. Misschien met iemand samen; een chauffeur en reisgenoot. Daar ga ik een paar dagen rustig over nadenken. Nu eerst even vijf minuten crosstrainen in de schuur en dan verder schrijven over wat Fatima en Abdul in Al-Bab beleven.

Een schijnoverwinning

Yes! Het is me gelukt. Vijf minuten echt crosstrainen; armen en benen in een vloeiende beweging. Af en toe voelde ik een lichte hapering, het begin van kortsluiting in mijn kleine hersenen, maar dat wist ik te onderdrukken. Het voelde als een overwinning op die kutziekte, als even terug in de tijd, naar toen ik nog een rondje kon hardlopen. Een schijnoverwinning, want de klachten worden langzaam erger, alsof er een sluipmoordenaar in mijn lichaam woont.

Een dagje Istanbul

‘Hé Jan, hoe gaat ‘t?’ Die vraag beantwoorde ik eerder deze week met: ‘Goed. Gisteren was ik nog in Thessaloniki, aan de Egeïsche Zee. En de dag daarvoor logeerde ik in een hotel op de grens van Servië en Noord-Macedonië.’ Niet echt natuurlijk, maar het schrijven van mijn roman brengt me op plekken waar ik nog nooit ben geweest. Erg leuk en welkom, want in werkelijkheid is thuis de plek waar ik steeds vaker ben. Omdat het bijna iedere dag stortregent én omdat lopen en fietsen steeds minder vanzelf gaan. Je zou er depressief van worden, maar ik schrijf Youssef en Jim naar Istanbul. Daarna gaan ze door Turkije richting Gaziantep, tegen de Syrische grens. Voor de route door Turkije heb ik Nick Augustijn van Nu.nl om hulp gevraagd. Hij woont in Istanbul en doet verslag over gebeurtenissen en ontwikkelingen in Turkije. Zijn advies? ‘Het makkelijkst zou zijn als ze de snelweg nemen. Dat is bijna een aaneengesloten route van Istanbul naar Adana, via Ankara. Maar ik heb ook een leuk boogje voo...

Drie stappen naar de schuur

Sinds een paar dagen staat er een crosstrainer in de schuur, zo’n fitnessapparaat waarmee ik m’n armen en benen kan trainen. Gevonden op Marktplaats en opgehaald door zoon Max. Nu doe ik om de dag drie stappen naar de schuur en hatsjekidee. Dat klinkt alsof ik helemaal losga, maar de werkelijkheid is anders. Sporten op een crosstrainer is te vergelijken met langlaufen, een ritmische beweging van tegelijkertijd armen en benen. Verdomd lastig met een hersenziekte. Iedere poging strandde in kortsluiting, een vastloper van zowel armen als benen. Daarom focus ik voorlopig op trainen van alleen m’n benen. Om de dag vijf minuten, op de lichtste stand. Best pittig, de rest van de dag voelen m’n benen behoorlijk zwaar. Vijf minuten, en dat voor iemand die de marathon van Amsterdam heeft gelopen. Ruim twintig jaar geleden in bijna vier uur, maar toch.

Schot in de roos

Gisteravond Schnitzel gegeten in hotel-restaurant Rothkopf. ‘In der Stadt und doch ruhig gelegen’, in het centrum van Euskirchen. Nee, ik was daar niet echt. Ik heb Youssef, een van de hoofdpersonen uit mijn roman, daarnaartoe geschreven. Even later was hij op de grens van Servië en Bulgarije. Leuk, maar mijn roman speelt zich grotendeels af in Syrië. Een land waar ik nog nooit ben geweest én waar de afgelopen tien jaar ontstellend veel is gebeurd. Veel informatie vind ik op internet, maar voor de echte kennis ben ik op zoek gegaan naar adviseurs. De eerste heb ik via LinkedIn gevonden, Nikolaos van Dam. Specialist op het gebied van Syrië en het Midden-Oosten, hij fungeerde als Nederlandse speciaal gezant voor Syrië, en als ambassadeur van Nederland in Indonesië, Duitsland, Turkije, Azerbeidzjan, Egypte, Irak en Oost-Timor, als zaakgelastigde a.i. in Libië, en als diplomaat in Libanon, Jordanië, de Palestijnse bezette gebieden en Cyprus. Een schot in de roos. Nikolaos (Koos) heeft de e...