Ik zie ‘m gewoon voor me

‘Jezus, pap.’ Met die woorden komt Kika mijn kamer binnen. Ik schrik, wat zou er zijn? Dan zie ik de lach op haar gezicht. ‘Ik ben al bij bladzijde 100, wat spannend, ik bleef lezen.’ Meteen dringt het tot me door, ze heeft het over mijn boek.

We praten. Ook over Petros, die ouwe Griek. ‘Ik zie ‘m gewoon voor me, geweldig pap.’ Mijn hart maakt een sprongetje, want wat Kika niet weet is dat ik De buurjongen uit Al-Bab met haar in mijn achterhoofd heb geschreven. Dyslectisch en begin twintig, een lastige doelgroep. Probeer die maar aan ’t lezen te krijgen... Maar hé, het is me gelukt :-)