Tenoren. Alten. Sopranen.

‘En nu de bassen.’ Aarzelend en onwennig zing ik mee met de mannen die links en rechts van mij staan. Zij zijn vaste deelnemers aan het inloopkoor, voor mij is het de eerste keer. Dat geldt ook voor Esther, zij is naar het vak van de alten gedirigeerd. In totaal bestaat het koor uit zo’n 250 mensen. Onder leiding van dirigent/zangeres Rinske van der Meer en pianist/arrangeur Martijn Vriesman beginnen we rond half drie met ademhalingsoefeningen.

‘Zucht maar helemaal uit tot je geen lucht meer in je longen hebt.’ Schouders los en borst vooruit. 'Doe je mond maar wijd open en weer dicht', druif rozijn noemt Rinske dat. Na de oefeningen gaan we echt van start, met een Slavisch liedje. Op twee schermen staan voor mij onbegrijpelijke woorden geprojecteerd die samen een nieuwjaarswens vormen, zo vertelt Rinske. Boven de teksten staan muziekbalken geprojecteerd. ‘Ga maar weer staan’, zegt Rinske.

We gaan zingen. Eerst per toonhoogte. Tenoren. Alten. Sopranen. ‘En nu de bassen.’ Rinske zingt voor en wij volgen. Ik hoor mijn ingetogen bromstem en probeer mijn buurmannen - ook bassen - te volgen. Voorzichtig zing ik iets luider en als even later alle toonhoogten samen het liedje zingen klinkt het best lekker. Lean On Me van Bill Withers is het volgende nummer, en waar ik op hoopte gebeurt:

Mijn kleine hersenen worden op het goede been gezet; de tekst rolt zonder hapering uit m’n mond, een heerlijk gevoel! Even later tijdens de pauze glippen we weg – een uur lang zingend op m’n benen staan is meer dan genoeg - maar het is zeker niet de laatste keer dat ik heb gezongen. ‘Luidkeels zingen maakt gelukshormonen aan’, vertelde Rinske. Ik heb het dit weekend nog een paar keer geprobeerd en ja, ik voel dat ze gelijk heeft.