Na de puntjes is privé
‘Zal ik nog naar je toekomen?’ Appje van Esther, het is vrijdagavond ruim na tien uur. In het niet zo verre verleden zou ik ‘graag’ antwoorden en haar halverwege tegemoet fietsen. Nu zit ik besluiteloos naar het scherm van mijn iPhone te staren. ‘Kan, maar ik slaap al bijna’, stuur ik even later terug.
We appen nog wat en een half uurtje later lig ik in bed, alleen. Slapen lukt niet, ik haat mijn hersenziekte. Rond vier uur ‘s ochtends schrijf ik een notitie op mijn iPhone. ‘Lieverd, we hebben ruim drie jaar kleur aan elkaars leven gegeven. Heerlijk, het had voor mij nog honderd jaar mogen duren. Toch…’
De tekst na de puntjes is privé, die heb ik alleen aan Esther laten lezen. Want het was tijd om te praten over hoe we verder gaan met ons leven. Wat mij betreft meer naar bewuste momenten samen, echt de tijd voor elkaar nemen. Gelukkig is Esther het daarmee eens.
We appen nog wat en een half uurtje later lig ik in bed, alleen. Slapen lukt niet, ik haat mijn hersenziekte. Rond vier uur ‘s ochtends schrijf ik een notitie op mijn iPhone. ‘Lieverd, we hebben ruim drie jaar kleur aan elkaars leven gegeven. Heerlijk, het had voor mij nog honderd jaar mogen duren. Toch…’
De tekst na de puntjes is privé, die heb ik alleen aan Esther laten lezen. Want het was tijd om te praten over hoe we verder gaan met ons leven. Wat mij betreft meer naar bewuste momenten samen, echt de tijd voor elkaar nemen. Gelukkig is Esther het daarmee eens.
© Jan Glas