Loop ‘ns een beetje door
Middenduin, Overveen. De ideale plek om een rondje te wandelen, een rondje van zo’n 3,5 kilometer. Ongeveer halverwege lopen een vader en zijn drie kinderen mij tegemoet. De vader met een mobieltje aan zijn oor voorop en zijn kinderen daarachter, sloffend en met tussen hen steeds een ruime afstand. Als hij klaar is met bellen fluit vader naar zijn kinderen en roept, ‘opschieten, loop ‘ns een beetje door!’
Als het eerste kind bij hem is - een jongen, ik schat hem een jaar of tien - slaat vader een arm om zijn schouders. Het lijkt een beetje geforceerd en de jongen kijkt verbaasd omhoog. ‘We gaan zo koekjes bakken, heb je daar zin in?’ De verbazing van de jongen wordt zichtbaar groter. ‘Pap, gaat het wel goed met je?’, zie ik hem denken. De twee andere kinderen, dochters, komen sloffend dichterbij. Ook met hen deelt vader zijn voornemen. De reactie van zijn dochters kan ik jammer genoeg niet meer zien, we zijn elkaar gepasseerd.
Even verder ga ik op een bankje zitten. Uitrusten, van het uitzicht genieten en vriend Jeroen een appje sturen: ‘Ha Jeroenemeloen, verschrikkelijk gefeliciteerd! Ik ben morgen niet van de partij, maar ik heb er alle vertrouwen in dat het toch een mooi feestje wordt!’ Jeroen is vandaag jarig en heeft mij uitgenodigd voor zijn feestje morgenavond. Gaan of niet gaan, ik heb er de afgelopen dagen veel over nagedacht. Best lastig. De feestjes van Jeroen zijn altijd gezellig en ik ben er vaak bij geweest.
Morgen niet. Heen- en terugfietsen naar Spaarndam, daar een paar uur drukte én vertellen hoe het met me gaat is simpelweg veelteveel gevraagd. Een half uurtje later krijg ik een appje van Jeroen: ‘Thanks Janneman! We gaan ons best doen. Samen proosten doen we gewoon een andere keer.’ Fijn. Maar ook jammer, ik had er graag bij geweest.
Als het eerste kind bij hem is - een jongen, ik schat hem een jaar of tien - slaat vader een arm om zijn schouders. Het lijkt een beetje geforceerd en de jongen kijkt verbaasd omhoog. ‘We gaan zo koekjes bakken, heb je daar zin in?’ De verbazing van de jongen wordt zichtbaar groter. ‘Pap, gaat het wel goed met je?’, zie ik hem denken. De twee andere kinderen, dochters, komen sloffend dichterbij. Ook met hen deelt vader zijn voornemen. De reactie van zijn dochters kan ik jammer genoeg niet meer zien, we zijn elkaar gepasseerd.
Even verder ga ik op een bankje zitten. Uitrusten, van het uitzicht genieten en vriend Jeroen een appje sturen: ‘Ha Jeroenemeloen, verschrikkelijk gefeliciteerd! Ik ben morgen niet van de partij, maar ik heb er alle vertrouwen in dat het toch een mooi feestje wordt!’ Jeroen is vandaag jarig en heeft mij uitgenodigd voor zijn feestje morgenavond. Gaan of niet gaan, ik heb er de afgelopen dagen veel over nagedacht. Best lastig. De feestjes van Jeroen zijn altijd gezellig en ik ben er vaak bij geweest.
Morgen niet. Heen- en terugfietsen naar Spaarndam, daar een paar uur drukte én vertellen hoe het met me gaat is simpelweg veelteveel gevraagd. Een half uurtje later krijg ik een appje van Jeroen: ‘Thanks Janneman! We gaan ons best doen. Samen proosten doen we gewoon een andere keer.’ Fijn. Maar ook jammer, ik had er graag bij geweest.