Vlammende reactie
Voicemail van Marcia, redacteur bij Eus Boekenclub. Enkele weken geleden heb ik me via e-mail aangemeld als onbekende schrijver. Marcia vertelt in haar voicemail dat ik door de eerste selectie ben. Ze heeft het eerste hoofdstuk van De buurjongen uit Al-Bab in één adem uitgelezen, vertelt ze enthousiast.
Als ik even later het goede nieuws met Kika wil delen, kom ik niet uit mijn woorden, schiet ik vol. Die emotie komt ook voor mij onverwacht. Een dag later belt Marcia weer; een erg leuk gesprek. Ze wil graag meer over mij weten, over wie ik ben en hoe ik tot mijn verhaal gekomen ben.
Ik vertel. Over mijn achtergrond, over een jaar werken in de ouderenzorg, over mijn hersenziekte, over schrijven over Nieuwe Nederlanders en over hoe De buurjongen uit Al-Bab is ontstaan. Natuurlijk struikel ik over m’n woorden, maar ik geloof wel dat ik De buurjongen uit Al-Bab én mijzelf goed verkocht heb.
‘Je bent een mooi mens’, is de reactie van Marcia. ‘Misschien dat je onduidelijke praten een probleem is, maar ik ga een lans voor je breken’, daar sloot Marcia ons gesprek mee af. ‘Oh, en mag ik de rest van je boek lezen? Ik ben zó benieuwd hoe het verdergaat!’
Gisteren belde Marcia met slecht nieuws. Afgewezen. ‘Je hebt écht een mooi verhaal geschreven, maar je onduidelijke spraak wordt toch gezien als een probleem.’ Ik weet niets zinnigs te zeggen, de teleurstelling is te groot.
De afgelopen dagen heb ik iedere dag een paar pagina’s hardop gelezen, om mijn stem te trainen, ter voorbereiding op het interview met Eus. Het tijdens de uitzending voorlezen uit mijn manuscript had ik graag aan iemand anders, overgelaten, dat leek me zelf ook te hoog gegrepen.
Maar, helaas en verdomme, mijn optreden als onbekende schrijver gaat niet door. Kika reageert furieus, stuurt een vlammende reactie naar Marcia en Eus. Dat - en de lieve berichten van familie en vrienden - maakt mijn dag weer goed.
Als ik even later het goede nieuws met Kika wil delen, kom ik niet uit mijn woorden, schiet ik vol. Die emotie komt ook voor mij onverwacht. Een dag later belt Marcia weer; een erg leuk gesprek. Ze wil graag meer over mij weten, over wie ik ben en hoe ik tot mijn verhaal gekomen ben.
Ik vertel. Over mijn achtergrond, over een jaar werken in de ouderenzorg, over mijn hersenziekte, over schrijven over Nieuwe Nederlanders en over hoe De buurjongen uit Al-Bab is ontstaan. Natuurlijk struikel ik over m’n woorden, maar ik geloof wel dat ik De buurjongen uit Al-Bab én mijzelf goed verkocht heb.
‘Je bent een mooi mens’, is de reactie van Marcia. ‘Misschien dat je onduidelijke praten een probleem is, maar ik ga een lans voor je breken’, daar sloot Marcia ons gesprek mee af. ‘Oh, en mag ik de rest van je boek lezen? Ik ben zó benieuwd hoe het verdergaat!’
Gisteren belde Marcia met slecht nieuws. Afgewezen. ‘Je hebt écht een mooi verhaal geschreven, maar je onduidelijke spraak wordt toch gezien als een probleem.’ Ik weet niets zinnigs te zeggen, de teleurstelling is te groot.
De afgelopen dagen heb ik iedere dag een paar pagina’s hardop gelezen, om mijn stem te trainen, ter voorbereiding op het interview met Eus. Het tijdens de uitzending voorlezen uit mijn manuscript had ik graag aan iemand anders, overgelaten, dat leek me zelf ook te hoog gegrepen.
Maar, helaas en verdomme, mijn optreden als onbekende schrijver gaat niet door. Kika reageert furieus, stuurt een vlammende reactie naar Marcia en Eus. Dat - en de lieve berichten van familie en vrienden - maakt mijn dag weer goed.