Verdomme, een driewieler

Het leven is mooi, vanochtend stond ik te zingen onder de douche. Vol energie heb ik daarna zo’n drie uur achter m’n laptop gezeten, schrijvend aan mijn roman. Te lang. Mijn hoofd gaf dat duidelijk aan en bij het opstaan moest ik wankelend steun zoeken bij de tafel. Confronterend. Dat steuntje heb ik steeds vaker nodig. Op de verjaardag van vriend Marcel bijvoorbeeld, staand met een 0% biertje in mijn hand, voelde ik dat mijn benen dienst begonnen te weigeren.

Een eng gevoel. Ook traplopen doe ik niet zonder leuning, dat deed ik overigens ook al niet toen ik in 2020 een paar keer per week met de trein naar Leiden reisde. Op de trap, naar- of van het perron, liep ik ook al met een hand op de leuning. Zo zijn er veel herinneringen, voorbodes van mijn hersenziekte. Toen dacht ik aan ouderdom, nu weet ik beter.

‘Heb je al naar een driewieler gekeken?’ Die vraag werd laatst gesteld door fysiotherapeute Kelly, zij heeft ervaring met mijn ziektebeeld. En ja, zelf merk ik ook dat het moment genadeloos dichterbij komt. Maar verdomme, een driewieler, dat is toch voor kinderen... Van zoeken op ‘driewieler volwassenen’ werd ik ook niet vrolijker. Maar toen werd ik tijdens een voorzichtig fietstochtje door een ligfiets ingehaald. Ook een driewieler, maar een laag model. Stoer, zwart en mooi gestroomlijnd. Ja, dacht ik, die wil ik wel.