Hé Jan! Ga je naar mij toe?
Mooi weer, het zonnetje schijnt. Ik ga naar het strand, de bus stopt om de hoek. Broodjes mee, korte broek aan en hatsjekidee! Op m’n teenslippers loop ik even later naar de bushalte om de hoek. Blijkbaar hadden veel mensen hetzelfde idee, de bus is overvol en alle zitplaatsen zijn bezet. Staand in het gangpad houd ik me krampachtig vast aan de beschikbare stangen terwijl de buschauffeur naar Bloemendaal aan Zee stuurt, een bochtig ritje. Aangekomen op het strand loop ik met m’n voeten in het zeewater richting strandpaviljoen Mifune, halverwege Woodstock en Parnassia.
That’s life! De zachte zandondergrond compenseert de door SCA6 verstoorde signalen naar mijn benen. In de verte zie ik de fourwheeldrive van vriend Chiel over het strand mijn kant opkomen. Leuk, Chiel is de gelukkige eigenaar van strandpaviljoen Mifune. ‘He, Jan! Ga je naar mij toe? Ik ga nu even naar de vuilstort, maar over een uurtje ben ik terug.’ Chiel is geen man van de klok, maar mijn plan is eerst zwemmen, dan opdrogen op het strand en verder lezen in Eus, de roman van Özcan Akyol. Ruim anderhalf uur later loop ik naar Mifune en bestel binnen een Spa Rood.
Geen Chiel, maar die zal zo wel komen. Niet dus. Inmiddels begint mijn energietank aardig leeg te raken, ik besluit richting huis te gaan: een kilometer lopen over het strand en dan met de bus. Die rijdt ieder half uur van Bloemendaal aan Zee naar Haarlem, maar vandaag om het uur, lees ik bij de bushalte op de elektronische display. De eerstvolgende bus komt over ruim drie kwartier. Ik besluit naar de volgende bushalte te lopen, tegenover camping De Lakens. Een wandeling van ruim een kwartier, op m’n teenslippers.
Een uurtje later - eindelijk thuis, languit op de bank - neem ik me voor om een volgend reisje naar Bloemendaal aan Zee beter te plannen. Misschien kan Chiel me oppikken als hij ’s morgens richting strand gaat... Hulp vragen en accepteren, ik begin het langzaam te leren.
That’s life! De zachte zandondergrond compenseert de door SCA6 verstoorde signalen naar mijn benen. In de verte zie ik de fourwheeldrive van vriend Chiel over het strand mijn kant opkomen. Leuk, Chiel is de gelukkige eigenaar van strandpaviljoen Mifune. ‘He, Jan! Ga je naar mij toe? Ik ga nu even naar de vuilstort, maar over een uurtje ben ik terug.’ Chiel is geen man van de klok, maar mijn plan is eerst zwemmen, dan opdrogen op het strand en verder lezen in Eus, de roman van Özcan Akyol. Ruim anderhalf uur later loop ik naar Mifune en bestel binnen een Spa Rood.
Geen Chiel, maar die zal zo wel komen. Niet dus. Inmiddels begint mijn energietank aardig leeg te raken, ik besluit richting huis te gaan: een kilometer lopen over het strand en dan met de bus. Die rijdt ieder half uur van Bloemendaal aan Zee naar Haarlem, maar vandaag om het uur, lees ik bij de bushalte op de elektronische display. De eerstvolgende bus komt over ruim drie kwartier. Ik besluit naar de volgende bushalte te lopen, tegenover camping De Lakens. Een wandeling van ruim een kwartier, op m’n teenslippers.
Een uurtje later - eindelijk thuis, languit op de bank - neem ik me voor om een volgend reisje naar Bloemendaal aan Zee beter te plannen. Misschien kan Chiel me oppikken als hij ’s morgens richting strand gaat... Hulp vragen en accepteren, ik begin het langzaam te leren.