Over de vangrail

Fictie, in 539 woorden

‘Hoe zou het zijn om daar te wonen?’ Die vraag heeft Frits zichzelf zo’n twintig jaar iedere werkdag vanuit de file gesteld. Begonnen als een leuke fantasie, maar een jaar geleden is hij er echt naartoe verhuisd. Zijn adres? Verkeersknooppunt Holendrecht. In het groene middenterrein, dáár heeft Frits zijn all-weather tentje opgezet. Tussen de struiken en omringd door wegen. Onzichtbaar voor de buitenwereld. Voor de zekerheid had Frits een camouflagenet over zijn tentje gespannen.

Zijn huurappartement én zijn baan als adviseur op de keukenafdeling van IKEA heeft Frits een dag voor de verhuizing opgezegd en om 3 uur ’s nachts is hij de snelweg overgestoken. Met zijn all-weather tentje, slaapzak, opblaasbaar matras, kookspullen en proviand voor twee weken. Op de plaats rust. Helemaal alleen. Geen collega’s of buren die hem lastig konden vallen, precies waar Frits behoefte aan had.

Zo heeft Frits de eerste maanden geleefd. Om de twee weken waagde hij ’s nachts de oversteek en de volgende nacht kwam hij met proviand weer terug. Een heerlijk rustig leven. Toen – zomaar op een dag, tijdens de avondspits – was Frits naar de vangrail gelopen om een praatje te maken met mensen die in de file voorbijkropen. ‘Ik woon hier, al een paar maanden’, had Frits hun vragende blikken beantwoord.

De vluchtige gesprekjes bij de vangrail werden een dagelijkse gewoonte en in korte tijd had Frits een vriendenkring van filerijders opgebouwd. Dat bleef natuurlijk niet onopgemerkt. Op een zonnige namiddag in mei stapte er een journalist van het Parool uit een voorbijkruipende auto en klom over de vangrail. ‘Goedemiddag. Mag ik u een paar vragen stellen?’ De journalist was gebleven tot de ochtendspits en twee dagen later stond Frits met zijn verhaal plus foto in de krant.

‘Man woont op verkeersknooppunt Holendrecht’, zo luidde de kop. Die nacht werd Frits wakker van vreemde geluiden en de volgende ochtend stond er nog een tentje op het middenterrein. ‘Man, ik las je verhaal en wist het meteen; dat wil ik ook!’, vertelde zijn nieuwe buurman even later. Frits zag het als inbreuk op zijn privacy, maar wist dat hij er niets tegen kon doen. Het middenterrein van een verkeersknooppunt is niemandsland, dat had Frits voor zijn verhuizing door een advocaat laten uitzoeken.

‘Het is een maas in de wet. De middenterreinen zijn van niemand en horen niet bij Nederland, er geldt ook geen wet- en regelgeving.’ Frits had zijn nieuwe buurman welkom geheten en was terug naar zijn eigen tentje gelopen. Op honderd meter afstand, dus ze hoefden geen last van elkaar te hebben. Wishfulll thinking, want er kwam iedere nacht minstens één tentje bij. Het middenterrein werd drukker en drukker, het leek wel een festivalterrein.

Regelmatig struikelde er iemand over de scheerlijnen van het tentje naast zich en mensen begonnen zich aan elkaar te storen. ‘Zo kan het niet langer’, schreeuwde iemand. ‘We moeten regels opstellen en er kan geen tentje meer bij. Vol is vol!’ Frits zag het met lede ogen aan en begon zijn tentje af te breken. ‘Wat ga je doen, waar ga je naartoe?’, vroegen zijn buren. ‘Geen idee’, zei Frits met een lach op zijn gezicht. ‘Er is altijd wel een plek om mijn tentje op te zetten.’